50 jaar Amerika in de ruimte

ma 28/07/2008 - 21:12 Precies vijftig jaar geleden ondertekende de Amerikaanse president Dwight Eisenhower de National Aeronautics and Space Act. Met die wet werd de ruimtevaartorganisatie NASA opgericht.

Amerika begon met een achterstand in de ruimte tegenover de Sovjet-Unie, de grote rivaal in de Koude Oorlog. Moskou had eind '57 getriomfeerd met de lancering van de Spoetnik, de eerste satelliet.
Begin '58 had de Amerikaanse landmacht met vertraging haar satelliet gelanceerd. Washington wilde echter de race in de ruimte niet verliezen en besefte dat de elkaar tegenwerkende land-, lucht- en zeemacht hun ruimteactiviteiten moesten coördineren in een organisatie.
AP
Dat werd het National Aeronautics and Space Agency (NASA). Twee jaar later kreeg dat opnieuw een oplawaai toen de Rus Joeri Gagarin als eerste de ruimte inging.

De eerste Amerikanen Alan Shephard en John Glenn kwamen opnieuw te laat, maar de nieuwe president John Kennedy daagde de Sovjet-Unie uit door te beloven nog voor 1970 een man op de maan te brengen "not because it is easy, but because it is hard".

De volgende jaren gooide Washington alle mogelijke middelen in de strijd en op 21 juli 1969 zetten Neil Armstrong en Buzz Aldrin (foto) hun voetsporen in het maanstof. De NASA had gewonnen.

En wat nu?

De NASA voerde nog tot '72 maanlandingen uit, maar bleef daarna wat zonder doel achter. Mars was voorlopig te ver en het ruimtestation Skylab -ook al na het Russische Saljoet- kon de belastingbetalers niet meer bekoren.
AP
Tot iemand op het idee kwam om een "ruimtevliegtuig" of shuttle te ontwikkelen, dat opsteeg als een raket, maar landde als een vliegtuig en herbruikbaar was.

In '81 ging het eerste ruimteveer Columbia het blauwe zwerk in. Amerika was "back in business" in de ruimte. Ruimteveren waren handig om satellieten in de ruimte te herstellen, maar gingen niet ver en hadden niet echt een doel om naartoe te vliegen.

De Russen hadden dat wel: hun ruimtestation Mir, maar hadden geen shuttles. Na het einde van de Koude Oorlog in 1991 sloegen beide rivalen dan de handen in elkaar en brachten shuttles astro- en kosmonauten naar Mir en later het internationale ruimtestation ISS.

Het gevaar loert

Al die successen hadden een hoog prijskaartje, in geld, maar ook in mensenlevens. In '67 kwamen de astronauten Virgil Grissom, Ed White en Roger Chaffee om in een brand nog voor hun Apollo gelanceerd werd.

De beruchte Apollo-13-vlucht werd nog een triomf toen de drie astronauten in 1970 nipt konden terugkeren naar de aarde.

De NASA incasseerde in '86 en 2003 echter zware klappen toen twee keer zeven astronauten omkwamen bij de explosies van de ruimteveren Challenger en Columbia.

Onbemand is veiliger

Voor veel wetenschappers waren de onbemande missies van de NASA evenwel veel belangrijker dan de bemande.
AP
Uit de lange lijst vallen de twee Voyagers op die sinds 1977 de planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en  Neptunus van dichtbij bestudeerd hebben en nu aan de rand van het zonnestelsel zijn.

Ook opvallend waren succesvolle landingen op Mars van onder meer Vikings (1976), Pathfinder (1997) en twee robotwagentjes (sinds 2004).

De sonde Galileo draaide jarenlang rond Jupiter en sinds 2004 verkent het tuig Cassini de omgeving van Saturnus.

Sinds enkele jaren mikt de NASA evenwel opnieuw op een groots doelwit: een bemande missie naar Mars.