Verwarring troef in "Het recht op terugkeer"

vr 13/06/2008 - 11:37 Sinds hij met "Kaplan" (1986) doorbrak, is Leon de Winter een controversieel schrijver gebleven. De enen vinden zijn boeken te vlot geschreven, voor de anderen is hij teveel een verdediger van de Israëlische politiek. Zijn nieuwe roman "Het recht op terugkeer" zal de polemiek allicht niet doen verdwijnen.

“Het recht op terugkeer” speelt zich af tussen 2004 en 2024. In 2070, merkt iemand op, zal het 2.000 jaar geleden zijn dat Jeruzalem door de Romeinen werd verwoest, de joodse natie werd vernietigd en de diaspora begon.
In 2024 is het nog niet zo ver, maar het is vijf voor twaalf. Het grondgebied is ingekrompen, de bevolking is verouderd en neemt in aantal af. De hoofdstad Tel Aviv is een elektronisch beveiligde en belegerde stad.

Demografisch en diplomatisch lijkt de strijd verloren. Blijven of weggaan is een oude taboevraag die iedereen zich stelt, zelfs de meest loyale burgers van het land.

Vermist kind verandert leven

Bram Mannheim is een historicus met een reputatie maar hij kijkt op naar zijn stokoude en strenge vader, een biochemicus en Nobelprijswinnaar die in de nevelen van Alzheimer is opgelost.
De bezige bij
Na zijn huwelijk en de geboorte van een zoontje, trekt Bram naar Princeton om er les te geven. Een tijdelijke keuze voor veiligheid maar geen breuk.

Kort na hun aankomst verdwijnt het kind spoorloos. Om niet gek te worden zwerft Bram door Amerika, in de ban van cijfers en getallen, als een op hol geslagen kabbalist. Hij redt een leven en pleegt een moord, maar die blijft onopgelost. In 2024 rijdt de teruggekeerde Bram als ambulanceverpleger rond en werkt hij voor een organisatie die vermiste kinderen opspoort.

Ingenieuze plot soms ongeloofwaardig

“Het recht op terugkeer” is een spannende roman met sensationele elementen en een ingenieuze plot die de geloofwaardigheid soms wel op de proef stelt.
De bezige bij
Als blijkt dat de aanslag op een grenspost, waar elke passant op zijn “joodse” chromosomen wordt gecontroleerd, door een joodse jongen is gepleegd, weet de lezer al dat ergens de gekidnapte zoon zal opduiken.

Dat de joodse erfelijke lijn die traditioneel via de moeder verloopt, nu om veiligheidsredenen een vaderlijk karakter krijgt, is een pijnlijk en ironisch gegeven. En een goede vondst.

Los van dit spanningselement, is dit een “angstige” roman over trouw en vlucht, vaderschap en identiteit (“het was onmogelijk om de vader te zijn van een verdwenen kind – zolang hij dat was kon hij niet zijn wie hij was, begrepen ze dat niet?”), over verdriet en gekte, liefde en haat.

Blijven hopen op een gewoon leven

Bram is een man in verwarring in een land in verwarring. Max, een Russische jood, gelooft in de autoritaire Poetin die onverbloemd koos voor de macht, waar het Westen bang voor is. (“Vijanden vernietigen. Zo leven. Zo aarde. Zo alles”). Balin, ooit een notoire vredesduif en vriend van Bram, is in 2024 hoofd van de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst, en een havik uit noodzaak.
De bezige bij
Op hun harde argumenten, ook die van vader Mannheim, heeft de moe geprate Bram (net als Leon De Winter?) geen antwoord. Leidt extreme politieke wanhoop onvermijdelijk tot geweld, zoals verdriet en wraakzucht leiden tot de moord op een onschuldige pedofiel?

Toch blijft Bram hopen. Maar voor hoelang? Hij maakt kennis met Eva (!), net als hij de ouder van een verdwenen kind, en droomt van een nieuw begin, een "gewoon" bestaan, elders, in Rusland. Maar is dat niet het land van pogroms en antisemitisme?

“Joden waren nergens thuis” , denkt Bram, “behalve in hun verbeelding.” Leon De Winter schreef een verontrustende roman over een man, een volk en een wereld in een diepe crisis.

Johan De Haes

Het recht op terugkeer

van Leon de Winter
bij De Bezige Bij