De Commissie voor de Ontwikkelingssamenwerking (DAC) van de OESO licht om de vier jaar de ontwikkelingssamenwerking in elke lidstaat door. Dat gebeurt door collega-lidstaten, deze maal Zwitserland en Canada. De DAC trok naar Burundi, een van de Belgische partnerlanden, om na te gaan hoe de Belgische sector werkt.
De voorzitter van de commissie, de Duitser Eckhard Deutscher (foto), stelde het rapport in Brussel voor in aanwezigheid van minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel. Volgens Deutscher behoort België qua ontwikkelingssamenwerking tot de top van een middengroep van OESO-lidstaten.
Zijn rapport geeft ons land meer punten dan in 2005 en 2001. De sector is ondertussen ook hervormd en gemoderniseerd. En dat heeft resultaat opgeleverd. België heeft serieuze inspanningen geleverd om de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren, luidt het.
Zo zal België nog niet dit jaar, zoals eerst voorzien, de 0,7%-grens doorbreken, maar toch binnenkort. Dan zal ons land net zoals Denemarken, Luxemburg, Nederland, Noorwegen en Zweden 0,7% van zijn budget aan ontwikkelingssamenwerking besteden. Het ziet ernaar uit dat dit jaar tussen 0,66 en 0,69% zal worden gehaald. Deutscher waarschuwde wel dat op middellange termijn bijkomende inspanningen nodig zijn om de 0,7% te kunnen blijven aanhouden.
De OESO complimenteert ons land ook met de gestegen efficiëntie van de hulp aan de derde wereld. Dat komt in de eerste plaats de armste partnerlanden ten goede. Dat het budget voor noodhulp de voorbije vier jaar met 71% is toegenomen, is ook lovenswaardig, net zoals de grote nadruk die ons land legt op landbouw en voedselzekerheid.
De OESO-commissie stootte echter ook op een reeks pijnpunten in het beleid. Zo is er een gebrek aan gemeenschappelijke visie bij de verschillende actoren in de sector. Door de ingewikkelde institutionele structuur telt België een pak meer spelers die actief zijn in ontwikkelingssamenwerking, wat de investeringen minder efficiënt maakt. Een gemeenschappelijke visie en een betere coördinatie kan daar verandering in brengen, klinkt het.
Dat is overigens ook de reden waarom Deutscher geen voorstander is van een regionalisering van de bevoegdheid, een discussie die al 10 jaar aan de gang is. Een overheveling vergroot het risico op versnippering en een minder efficiënt en coherent beleid, stelde hij. De waarschuwing staat in tegenstelling tot 2001 en 2005 niet in het rapport, maar Deutscher herhaalde ze wel.
De OESO spoort België ook aan meer gedecentraliseerd tewerk te gaan. De buitendiensten moeten meer beslissingsbevoegdheid krijgen, aangezien zij ervaring hebben met de situatie op het terrein. Hun ervaring dient te worden geïntegreerd in het beleid. Tot slot vraagt de internationale instelling ons land meer aandacht te besteden aan interventies in kwetsbare gebieden. Het gaat volgens Deutscher om een preventief optreden, om zo te vermijden dat sommige landen zouden afglijden naar terroristische staten die een hele regio onveilig en onstabiel kunnen maken.
Minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (foto) reageerde tevreden op het rapport. België zet een mooi resultaat neer, stelde hij.






