Vandaag is Burundi een republiek, met een president als staatshoofd, maar aanvankelijk was het land een koninkrijk. Het eerste staatshoofd was Tutsi-koning of mwami Mwambutsa IV (midden op foto links). Die was al sinds 1931 traditioneel vorst onder het Belgische bestuur.
Mwambutsa voerde een voor zijn tijd gematigde koers en streeft naar een emancipatie van de Hutu's, die zowat 85 procent van de bevolking uitmaakten. In zijn regering zaten zowel Tutsi- als Hutu-ministers. Toen hij in 1965 een Hutu tot premier wilden benoemen, was dat een stap te ver voor de radicale Tutsi's, die veel invloed hadden in het leger.
Uiteindelijk zou Mwambutsa de macht overdragen aan zijn zoon, die als Ntare V de laatste mwami van Burundi werd. In 1966 was het rijk van Ntare V uit, toen kolonel Michel Micombero een staatsgreep pleegde. Burundi werd een republiek en Micombero proclameerde de eenpartijstaat met de Unie voor Nationale Vooruitgang (UPRONA) als eenheidspartij.
De elite regeert, de frustraties groeien
Micombero was lid van de Hima-clan, uit het zuiden van het land. Hij omringde zich met radicale Tutsi-adviseurs en Hutu's werden uitgesloten van de politieke macht. Het machtige leger was ook in handen van de Tutsi's.
De systematische discriminatie van de meerderheid van de bevolking leidde meer dan eens tot ware slachtpartijen, waarbij de opstand van de Hutu-bevolking telkens weer werd neergeslagen door het Tutsi-leger. In 1972 eiste dat naar schatting 50.000 à 100.000 mensenlevens, meestal Hutu's.
Micombero raakte steeds meer geïsoleerd, en leidde in 1976 tot een staatsgreep onder kolonel Jean-Baptiste Bagaza (foto), ook al een Hima-Tutsi. Bagaza kondigde aan een socialistische koers te gaan varen, maar voor de Hutu's betekende dat in realiteit niet echt veel verandering. Vanaf de jaren 80 verslechterden de verhouding met de machtige katholieke kerk, raakten de gemoederen tussen Hutu's en Tutsi's steeds meer verhit en raakte Burundi steeds meer geïsoleerd. Bij gewelddadige confrontaties tussen Hutu's en Tutsi's vielen talloze slachtoffers, en telkens weer werd het verzet bloedig gesmoord door vhet leger.
Bagaza werd in 1987 op zijn beurt afgezet. Voortaan heette de president Pierre Buyoya (foto). Hoewel Buyoya tot dezelfde Tutsi-clan behoorde als zijn twee voorgangers, voerde hij toch geleidelijk aan hervormingen door. Als een van de weinige Tutsi's in het was hij zich ervan bewust dat het land niet voort kon als systematische discriminatie van overgrote meerderheid van de bevolking bleef voortduren.
Uiteindelijk deed Buyoya wat onvermijdelijk was geworden in de wereld na de Koude Oorlog: in 1992 schafte hij het eenpartijsysteem van de UPRONA af en voerde hij een meerpartijenstelsel in.
Democratie en nog meer geweld
Bij de eerste verkiezingen, in 1993, werd Buyoya verslagen door Hutu-kandidaat Melchior Ndadaye, tot afgrijzen van nogal wat Tutsi's, die vreesden voor represailles door de Hutu-meerderheid na de jarenlange Tutsi-dominantie.
De aanval is de beste verdediging, luidt het dan vaak. Amper enkele maanden na zijn verkiezing werd Ndadaye vermoord bij een mislukte coup. Zijn opvolger Cyprien Ntaryamira verongelukte het jaar daarop samen met zijn toenmalige Rwandese collega Juvenal Habyarimana, toen diens vliegtuig werd neergeschoten.
Daarop werd Burundi meegesleurd in een spiraal van raciaal geweld en slachtpartijen, die in buurland Rwanda honderdduizenden slachtoffers maakte. De nieuwe president Sylvestre Ntibantunganya (foto) slaagde er nier in stabiliteit te brengen en kreeg uiteindelijk af te rekenen met het Tutsi-leger.
Enkele tienduizenden doden verder grepen het leger en majoor Pierre Buyoya weer de macht. Buyoya beloofde dat hij niet zou blijven en probeerde de vrede in het land te herstellen. Dat duurde echter nog jaren, met nog eens vele tienduizenden doden, maar geleidelijk legde de ene Hutu-rebellenbeweging na de andere de wapens neer en kwam er uiteindelijk zelfs een vredesakkoord.
Broze vrede
In 2003 volgde de Hutu Domitien Ndayizeye Buyoya op als staatshoofd. Ook Ndayizeye timmerde voort aan de weg van vrede en etnische verzoening. In 2005 werden er historische parlementsverkiezingen gehouden.
In datzelfde jaar gebeurt er iets wat het land nooit eerder meegemaakte: het nieuw gekozen parlement kiest Pierre Nkurunziza (foto) tot nieuwe president. Burundi kent zijn eerste echt vreedzame machtsoverdracht. En het lijkt te werken: de voormalige leider van een Hutu-rebellengroep brengt enige rust en stabiliteit in het land en wordt in 2010 verkozen voor een nieuwe ambtstermijn.
De uitdagingen voor Nkurunziza blijven enorm. Volgens cijfers van de Verenigde Naties leeft 68 procent van de bevolking onder de armoedegrens. De economische problemen blijven enorm, de overbevolking van het land blijft een probleem en uiteraard zal het nog lang duren voor de etnische tegenstellingen zijn weggewerkt en de achtergestelde Hutu-bevolking zich op hetzelfde niveau van de Tutsi's kan hijsen.
Rik Arnoudt