Shamir werd als Yitzhak Jaziernicky geboren in wat nu Wit-Rusland is, toen het Russische keizerrijk. In de jaren 30 migreerde hij naar het Britse mandaatgebied Palestina, waar hij lid werd van de extreemnationalistische militie Lehi , ook Stern-bende genoemd.
Die kleine, maar extreme groep voerde aanslagen uit tegen de Britten in Palestina en tegen Arabieren. Ze wordt verantwoordelijk geacht voor de moord op de Britse resident Lord Moyne en in 1948 ook op de Zweedse VN-bemiddelaar Folke Bernadotte.
Shamir werd door de Britten gevat en opgesloten in een kamp in Afrika, waar hij na de stichting van Israël vrijgelaten werd. Lehi werd na de moord op Bernadotte ontbonden door de jonge Israëlische staat, maar de leden kregen later amnestie.
Nadien werkte Shamir voor de geheime dienst Mossad en in de jaren 60 ging hij in de politiek voor de conservatief-nationalistische partij Likoed van Menachem Begin (foto links).
Man van de harde lijn
Als politicus was hij even verbeten als daarvoor. Shamir werd voor Likoed parlementsvoorzitter en minister van Buitenlandse Zaken. Toen Menachem Begin in 1983 opstapte, werd Shamir voor de eerste keer premier, zij het kort tot 1984.
Vier jaar later keerde hij terug als premier en dit keer zou hij dat blijven tot zijn verkiezingsnederlaag in 1992. In die periode wou Shamir eerst terugslaan nadat Irak tijdens de Golfoorlog Scudraketten had afgevuurd op Israël, maar onder Amerikaanse druk zag hij daarvan af.
In '92 verloor Shamir de verkiezingen van de sociaaldemocraat Yitzhak Rabin. In zijn hele carrière nam Shamir een harde houding aan tegenover de Palestijnen. Ook nadien verweet hij zijn partijgenoot en huidig premier Benjamin Netanyahu "te soft" te zijn.


