De Telstar-1 woog maar 77 kilo en draaide een baantje in 2,5 uur. De telecommunicatiesatelliet bevond zich maar gedurende 20 minuten in de juiste positie om transmissie tussen Europa en de VS mogelijk te maken.
De huidige telecomsatellieten draaien een geosynchrone baan op ongeveer 36.000 kilometer boven de Evenaar, zodat ze altijd ogenschijnlijk boven dezelfde plaats "hangen" en er permanente communicatie kan zijn.
Toch was de experimentele Telstar-1 de eerste actieve telecomsatelliet ter wereld. Het werd dus mogelijk tv-signalen, telefoongesprekken en faxen via de ruimte van één punt naar een ander te sturen.
De capaciteit bedroeg 600 telefoongesprekken en één zwart-wit-televisiesignaal, wat in vergelijking met de huidige telecommunicatiekunstmaanmastodonten "peanuts" zijn, maar toen zelfs nog niet eens nodig was. Het vermogen bedroeg 14 watt, wat ruwweg een zevende is van het vermogen van een moderne laptop. De diameter bedroeg maar 88 centimeter.
De sferisch uitziende satelliet was gebouwd door American Telephone&Telegraph (AT&T) en was de vrucht van de internationale samenwerking tussen dat bedrijf, Bell Labs, de NASA, en de Britse en Franse PTT. Detail: het ding draait nog steeds baantjes rondom onze planeet.


