Ruim een halve eeuw na de invoering van de Algemene Ouderdomswet (AOW) in 1957 gaat in Nederland de pensioenleeftijd omhoog. 37 senatoren stemden voor, 31 tegen. Eerder had de Tweede Kamer al het licht op groen gezet. De goedkeuring in de Nederlandse Eerste Kamer was verwacht, omdat de vijf partijen van het Lenteakkoord er een meerderheid hebben. Het gaat om VVD, CDA, ChristenUnie, GroenLinks en D66.
Minister van Sociale Zaken Henk Kamp (VVD), die het voorstel had gelanceerd, had het achteraf over "een doorbraak" en "een historisch besluit". Hij zegt dat een hogere pensioenleeftijd wegens de vergrijzing van belang is om de pensioenen voor de volgende generaties betaalbaar te houden.
Volgens het wetsvoorstel gaat de AOW-leeftijd van 65 jaar vanaf 2013 stelselmatig omhoog. In 2013, 2014 en 2015 is dat telkens met één maand. De daaropvolgende drie jaar is dat telkens met twee maanden en in 2019 met drie maanden. In dat jaar komt de pensioenleeftijd dus uit op 66 jaar. in 2023 wordt dat 67 jaar.
Als de wet standhoudt, moeten volgend jaar 200.000 mensen een maand later met pensioen dan ze dachten.
De Nederlandse vakbonden hebben teleurgesteld gereageerd op de verhoging. Mogelijk wordt die nog teruggedraaid na de verkiezingen, maar Kamp noemde dat onverstandig. Volgens hem zijn de meeste verkiezingsprogramma's het erover eens dat de pensioenleeftijd omhoog moet.