Ingepakt door de burgemeester van Londen

za 11/08/2012 - 10:05 Radiojournalist Xavier Taveirne brengt vanuit Londen verslag uit van de Olympische Spelen. Voor deredactie.be houdt hij een blog bij over zijn belevenissen. En met het einde in zicht, kunnen de lijstjes opgemaakt worden.

“Hi Xavier. The regular?” Zo lang zijn we hier dus al. Zo lang, dat de kerel in de koffiezaak aan het metrostation m’n drankje al klaar heeft staan als ik nog maar m’n gezicht laat zien. Dat is trouwens een iced latte, mocht u het willen weten. Het is mijn vaste afspraak met mezelf: m’n koude koffie en tien minuten mensen kijken in het park niet ver van ons hotel. Het was alweer even geleden dat ik nog zo intens van tien minuten had genoten, maar het was hier drie weken lang mijn – ik ga het woord gebruiken, ga maar schuilen – me-time. Blame Vitaya.

Belga

Want de wallen zijn niet meer weg te stoppen, de grapjes worden nog flauwer en toen ik bij Boot’s (de Britse versie van Kruidvat, zeg maar) buitenkwam met m’n keelpastilles, wandelde een collega binnen om net hetzelfde te halen. De mot zit erin, mensen: een technische tegenvaller wordt moeilijker om te verteren, een afspraak die uitloopt neem je er niet zomaar meer bij, doing the extra mile is two miles en de stem is stilaan schuurpapier. En dat we nog altijd maar drie medailles hebben heeft natuurlijk ook niet geholpen.

Maar ik wilde eigenlijk niet zeuren, en zo klinkt het wel als ik het begin even herlees. Want natuurlijk is het helemaal geweldig om hier te zijn. Ik had gisteren min of meer een vrije halve dag. En dus zou ik m’n bankrekening aanvallen in Oxford Street. Niks van. Na een half uur was ik er zo klaar mee dat ik ergens in een park vier uur in de zon het beste uiltje ooit heb geknapt. Dutjes zijn trouwens algemeen ondergewaardeerd, vind ik. Niet dat ik niks heb gekocht – een paar truitjes en een broek – maar er staat géén prijs op dat slaapje-in-de-zon. Héérlijk.

Belga

Maar er moet hier natuurlijk vooral gewerkt worden. Op het kantoor van één van de grote winnaars van deze Olympische Spelen bijvoorbeeld: Boris Johnson. Immer charmante en exuberante burgemeester van Londen. Pakt een publiek in terwijl je erop staat te kijken en als je even niet oplet, zit je mee in de verpakking. Hij heeft de ongelooflijke kwaliteit om een soort gezond chauvinisme bij te brengen. Overal waar hij komt, verspreidt hij het woord van London & Partners: dat Londen gewoon de allerbeste stad ter wereld is. En mensen slikken het.

Ook Vlaams minister-President Kris Peeters stond er bij en keer ernaar. En nodigde Johnson uit om in Belgie over het stedenbeleid te komen praten. Had Boris wel oren naar. Gaat dus wel gebeuren. Als er iemand is die van deze Olympische Spelen een lucratief zaakje heeft gemaakt, is het Boris Johnson zélf. En vooral ook VOOR zichzelf.

Want aan dat soort lijstjes zijn we bijna toegekomen: voor wie zijn de spelen nu goed geweest en voor wie niet? Wat zijn de sportieve hoogtepunten? Wat zijn de tegenvallers? Wat na de Spelen? We hebben het blijkbaar graag afgerond. Maar voor het Belgische verhaal moeten we daar nog even mee wachten. Want wie gaat er straks voor goud springen? Juist, Tia. Stom toeval wil dat er hier vooraan in het nieuws een verhaal zit van een meisje dat verdwenen is en Tia heet. Haar lichaam zou nu net gevonden zijn in de tuin van haar oma. En de vriend van de oma is opgepakt. Net op het nieuws. Ik moet er altijd aan denken als het over onze mogelijk vierde medaille gaat. Maar laat het ons niet de weg staan van een mooie afsluiter op deze spelen. Al was het maar voor al die journalisten die hier tegen beter weten in elke dag gehoopt hebben op meer.

En dan komen we uit bij waar het aan ligt dat we het hier zo slecht hebben gedaan. Want laat ons eerlijk zijn: it wasn’t pretty. Maar dat is niet mijn terrein. Ik heb er wel een toogpraatverklaring voor, maar aangezien ik niet weet wanneer u dit precies leest (ontbijt of na een aperitiefje of zes), laat ik die maar voor wat ze is.

En toch ben ik stiekem jaloers op dat oranjegevoel of die grote verbondenheid van de Britse fans. Het is misschien overdreven, zeer tijdelijk en geweldig artificieel: zo een week of twee om de vier jaar zou me dat niks kunnen schelen.

Xavier Taveirne