Tibet. Dak van de wereld. Mysterieus, hemels, kleurrijk. In mijn geval : vooral onbereikbaar. Drie jaar lang heb ik langs alle mogelijke kanalen geprobeerd om het gebied "officieel" binnen te geraken. Maar telkens werd ik afgewezen en kreeg ik van de Chinese overheidsdiensten het antwoord : "Sorry, nu niet. Het is te druk. Stuur een fax."
Sinds de gewelddadige rellen op het Tibetaans plateau in maart 2008, enkele maanden voor de Olympische Spelen in Peking, is Tibet nog meer gesloten dan voorheen. Buitenlandse journalisten geraken er enkel binnen als ze "geselecteerd" worden om deel te nemen aan een persreis georganiseerd door de Chinese overheid.
Elk jaar gaat er zo'n persreis door. Maar meestal is die weggelegd voor de grote omroepen en kranten van deze wereld. Kaliber CNN, BBC, Reuters en New York Times. VRT en het Vlaamse publiek lijken in Chinese ogen wellicht verwaarloosbaar klein.
Als toerist? Ja, zo lukt het ook om Tibet binnen te geraken. Behalve als in je paspoort Chinese stempels staan die je als journalist brandmerken. En laat mijn paspoort daar nu toevallig vol mee staan. O wee als ze je snappen, mocht je erin slagen om toch als journalist-toerist binnen te geraken.
Maar dan, iets meer dan een week geleden en een tiental faxen later. Op een moment dat dat laatste sprankeltje hoop op Tibet eerlijkheidshalve al ver gaan vliegen was: een verlossend telefoontje. "Dat VRT deze keer uitgekozen is om mee te gaan naar Tibet." Zijn we het afgelopen jaar dan echt zo braaf geweest in onze berichtgeving over China?
Het wordt geen plezierreisje
Aanleiding van deze persreis is de tiende verjaardag van het "Grote Ontwikkelingsprogramma voor het Westen". Iets waar de Chinezen graag mee uitpakken. Vooruitgang en ontwikkeling in achtergebleven gebieden zoals Tibet en Xinjiang. Gebieden waar China toevallig of niet nog steeds de meeste problemen heeft met de oorspronkelijke bewoners. Gebieden die voor China strategisch zeer belangrijk zijn, vol natuurlijke rijkdommen die de economische opmars moeten spijzen.
Ter voorbereiding van deze trip zijn we afgelopen woensdag al uitgenodigd op het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. Daar werden we door hoge functionarissen de les gespeld. "Jullie buitenlandse journalisten zijn onwetend. Maar we hopen dat jullie niet dezelfde fouten zullen maken die andere buitenlandse journalisten maken als ze berichten over Tibet." We voelen ons na afloop behandeld als kleine kinderen.
Om 7 uur 's morgens moet ik met mijn cameraman op de luchthaven van Peking staan voor de vlucht naar Lhasa. "Stipt, aub. Air China desk." Wie er nog bij zal zijn? CBS, Reuters, The New York Times en enkele Europese kranten. Plus de obligate Chinese waakhonden uiteraard, die ons tijdens de trip streng zullen begeleiden. Want voor wie er nog aan mocht twijfelen : deze unieke trip van vijf dagen door Tibet wordt geen plezierreisje.
Tom Van de Weghe is VRT-correspondent in China






VRT