Hoewel er al de nodige boeken verschenen zijn en de krantenartikelen intussen bibliotheken vullen, is Kampusch’ autobiografie verreweg het beste wat ooit over de ontvoering verschenen is. Niet alleen omdat zij de enige is die echt weet wat er gebeurd is, maar ook omdat zij een werkelijk goed geformuleerde en doordachte kijk op haar tragische belevenissen geeft.
Ook op haar leven voor de ontvoering werpt zij een kritische en soms humoristische blik. Haar vader beschijft zij als een zuiplap en haar moeder als een harde vrouw, hoewel zij tegelijkertijd ook begrip voor hen opbrengt.
Een genuanceerd beeld van Priklopil
Maar ook van haar ontvoerder Wolfgang Priklopil probeert zij een genuanceerd beeld te geven. “Niemand is alleen goed of kwaad. Dat geldt ook voor de ontvoerder." Dat zijn zinnen die men niet graag van een slachtoffer hoort.
Kampusch beschrijft Priklopil als een wrede en onberekenbare man, maar ook als iemand wanhopig die naar liefde snakt. Bovenal als een psychisch gestoorde persoonlijkheid in wiens paranoïde fantasie zij gevangen gehouden werd. Hoewel zij bang voor hem is, vraagt Kampusch Priklopil of hij haar wil omarmen, omdat hij de enige mens is met wie zij contact heeft.
Priklopil leest haar voor uit kinderboeken en speelt met haar mens-erger-je-niet. “Voor iemand die nog nooit in zo’n extreme situatie van onderdrukking is geweest, is dat misschien moeilijk voor te stellen. Maar ik ben er nu trots op dat ik deze stap gezet heb bij iemand die mij alles ontnomen had. Want deze stap heeft mij mijn leven gered.”
Aan de andere kant laat Kampusch er geen twijfel over bestaan dat zij acht jaar lang geleden heeft. Uitvoerig schildert zij hoe Priklopil haar mishandelt en vernedert. Vanwege het minste en geringste laat hij haar verhongeren of schakelt hij dagenlang het licht in de kelder uit. In de loop der tijd wordt hij steeds gewelddadiger. Hij scheert haar kaal en laat haar halfnaakt zwaar werk doen. Hij vertelt haar hoe hij Adolf Hitler bewondert.
Ook voor Kampusch is er nog veel onduidelijk
Veel dingen zijn ook voor Kampusch nog steeds onduidelijk. Of hij de kelder enkel voor haar bouwde of dat dat samenhing met zijn paranoïde angst voor de buitenwereld? Of hij haar willekeurig heeft uitgezocht, of dat hij haar misschien een keer gezien heeft, toen haar vader haar naar de kroeg meenam.
En bij de misschien wel meest omstreden vraag – of er nog meer daders of medeweters waren – wil zij geen voorbarige conclusies trekken. In het begin sprak Priklopil telkens over zijn opdrachtgevers, maar het is het meest waarschijnlijke dat hij dat verhaal verzonnen had om haar bang te maken.
Geen griezelroman, maar aangrijpend verhaal
Kampusch rekent ook af met de media en de autoriteiten. Hoewel er belangrijke tips waren, waardoor zij wellicht al na korte tijd bevrijd had kunnen worden, maakte de politie hier geen werk van. Nadat zij zich bevrijd had, probeerde het ministerie van Binnenlandse Zaken de zaak in de doofpot te stoppen.
"3.096 dagen" is geen griezelroman over een onmenselijk monster en een weerloos slachtoffer, maar een intelligente en aangrijpende beschrijving van een meisje dat in een absurde en wrede wereld terechtgekomen is, waarin zij met angst en pijn haar weg moet vinden.
Michael de Werd is correspondent in Oostenrijk





