Allereerst kunnen de aanhangers van de grote partijen kiezen wie ze als hun kandidaat naar voren willen schuiven. Tussen januari en juni worden er per staat voorverkiezingen (primaries of caucuses) georganiseerd. Die voorverkiezingen worden georganiseerd door de lokale partijafdelingen en de procedure kan nogal verschillen van staat tot staat, maar algemeen bestaat een caucus uit een soort samenkomst van sympathisanten van een partij waar die hun keuze uiten. Een grote voorverkiezing of primary lijkt op een echte verkiezing met stembussen en stembiljetten.
Al naargelang het aantal inwoners krijgt elke staat “delegates” of gedelegeerden toegekend. Die zullen de keuze van de staat in kwestie duidelijk maken op de grote partijconventie op het einde van de zomer, waar de presidentskandidaat en zijn “running mate” worden aangeduid. In sommige staten scharen alle delegates zich achter hun winnaar, in andere staten worden de delegates proportioneel verdeeld volgens de behaalde percentages.
Naast die delegates zijn er ook “unpledged” (Republikeinen) of “super delegates” (bij de Democraten) die niet verkozen worden, maar op de partijconventies toch hun zeg mogen doen over de keuze van een presidentskandidaat. Die speciale delegates zijn gewezen presidenten, gouverneurs of andere topfiguren van de partij.
Na de conventies begin september kennen we dus van de twee grote partijen de kandidaat voor het Witte Huis en zijn kandidaat voor het vicepresidentschap. Die twee tandems nemen het dan tegen elkaar op in de echte campagne die op 6 november 2012 eindigt met de verkiezingen zelf.
Ook dat gebeurt onrechtstreeks: per staat worden een aantal “kiesmannen/kiesvrouwen” of “electors” afgevaardigd naar een Electoral College. Officieel kiezen die 538 mannen en vrouwen dan op 17 december wie de volgende president is, maar eigenlijk weten we dat meestal al met zekerheid de nacht van de verkiezingen zelf.
Het Electoral College is een overblijfsel uit de 18e eeuw toen de “wil van het volk” nog moest worden gefilterd door “een college van wijze mannen” om populistische machtsovernames of nieuwe dictators de pas af te snijden.
Zelfs dan is de procedure nog niet helemaal afgelopen. Zo worden in januari voor het verenigde Congres nog eens de stemmen van de “electors” geteld en maakt de Senaatsvoorzitter officieel de winnaar van de verkiezingen bekend. Die mag dan op 20 januari 2013 de eed afleggen als president van de Verenigde Staten.
Een belangrijk punt nog: op de verkiezingsdag op 6 november wordt niet enkel een president, maar ook een nieuw Huis van Afgevaardigden (435 leden) en een derde van de Senaat verkozen, evenals de gouverneurs van een aantal staten. De meerderheid in die kamers van het Congres is bijna even bepalend voor de machtsverhouding als de nieuwe huurder van het Witte Huis.
Jos De Greef


