Roemenië was altijd al een vreemde eend in de Oostblok-bijt geweest met zijn Romaanse taal en cultuur te midden van een overwegend Slavische regio. Sinds eind jaren 60 was Nicolae Ceausescu de onbetwiste leider die koppig zijn eigen weg ging.
Intern voerde hij een stalinistisch bewind met een grote personencultus rond hemzelf en zijn vrouw Elena en grote megalomane bouwwerken zoals "het Paleis van het Volk" in de hoofdstad Boekarest.
Op buitenlands vlak voerde hij een vrij onafhankelijke koers tegenover de Sovjet-Unie, wat hem soms in het Westen lof opleverde. Tegelijk onderhield hij goede contacten met China, Noord-Korea en Vietnam, regimes die hij veel inspirerender vond dan dat in Moskou.
In de jaren 70 en 80 lanceerde Ceausescu dan zijn eigen "mini-Culturele Revolutie". Systematisch werden plattelandsdorpen vernietigd en werd de bevolking gedwongen te verhuizen naar collectivistische agrarische centra.
Het regime controleerde de hele economie en richtte die volledig op de uitvoer om de buitenlandse schulden in snel tempo af te betalen. Dat leidde evenwel tot de totale sociale en economische ontreddering van het land. De kritiek op het beleid werd steevast onderdrukt door de gevreesde geheime politie Securitate.
Het regime geeft geen krimp
De hervormingen van Mikhail Gorbatsjov werden door "Conducator" Nicolae Ceausescu weggewuifd, net als de brief waarin hoge KP-figuren in maart '89 hadden opgeroepen tot verandering. Ceausescu zou kort daarop overigens nog een belangrijke triomf boeken: de buitenlandse schuld van 12 miljard dollar was nu eindelijk afbetaald, maar het land zat wel aan de grond.
Roemenië had nog een ander probleem. Sinds de annexatie van een groot deel van Hongarije in 1918 leefde er een grote Hongaarse minderheid in Transsylvanië en die werd door alle regimes gewantrouwd.
Nu Hongarije in de zomer van '89 het IJzeren Gordijn had doorgeknipt en intern het communisme had afgezworen, nam het wantrouwen van het Roemeense regime tegen die minderheid flink toe.
Het doelwit was de Roemeens-Hongaarse dominee en dissident Laszlo Tökes, een belangrijk geestelijk leider in de stad Timisoara. Op 15 december wou het regime hem verbannen naar een afgelegen dorp, maar de aanhangers van Tökes beletten dat.
Het volk komt in opstand
Op 16 december kwam het tot rellen toen de politie Tökes wou wegvoeren. Honderden betogers werden uiteengejaagd, maar de volgende dag kwamen steeds meer mensen op straat. Er werden barricaden opgeworpen en auto's in brand gestoken.
Het regime zette het leger in en leek de situatie onder controle te krijgen nadat een zeventigtal mensen waren doodgeschoten. Al werd lange tijd gesproken van 400 doden, maar dat klopte niet.
De verontwaardiging over het bloedbad joeg steeds meer manifestanten op straat en nu kozen ook etnische Roemenen de kant van het verzet. Arbeiders die door de regering vanuit andere steden gestuurd waren om "de Hongaarse hooligans uiteen te slaan", sloten zich grotendeels aan bij de opstand.
Intussen trokken steeds meer betogers Timisoara binnen. Het regime aarzelde, want Ceausescu zelf had nu zijn eerste grote fout gemaakt: hij maakte op dat moment een officiële reis naar Iran. Toen hij op 20 december terugkeerde, was de Roemeense revolutie tegen zijn schrikbewind begonnen.
Jos De Greef





