Het werk behoort zo tot een van de tien duurste schilderijen van Frans Hals die ooit werden geveild. In de grote verzameling van Taylor was het werk het enige van een oude meester.
Het doek hing boven de schouw in haar huis in Bel Air in Californië. Het dateert uit 1630 en werd eerst toegeschreven aan een leerling van Hals, maar experten van Christie's kwamen tot de conclusie dat het van de Haarlemse meester zelf afkomstig moet zijn.
Volgens het veilinghuis hadden heel wat bieders op het werk geboden, maar bij de prijs van een miljoen dollar haakten bijna allen af. Slechts twee boden verder in stappen van 100.000 dollar. De hamer viel voor een telefonische bieder, die anoniem wilde blijven.



