Unieke expo in Sint-Amands-aan-de-Schelde

© Sabam

za 06/03/2010 - 07:56 In het Emile Verhaerenmuseum in Sint-Amands-aan-de-Schelde loopt er een bescheiden tentoonstelling van de tekeningen en etsen van Ramah of Henri Raemaeker. Het museum is erin geslaagd om de tekeningen en de etsen die Ramah maakte voor de grote dichtbundel "Les villages illusoires" van Verhaeren in een tentoonstelling te presenteren. Sinds 1967 was dat niet meer gebeurd.

Henri Raemaeker (1887-1947) kende een dramatische levensstart: zijn vader heeft hij nooit gekend en zijn moeder overleed toen hij er acht was. Een goede tante nam hem onder haar hoede. Haar man was een boekbinder en de kleine Henri is wellicht hier in contact gekomen met tekenkunst en typografie.

© Sabam

Philippe Roberts-Jones die in de jaren zestig conservatordirecteur was van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel schreef over Ramah een korte monografie. Daarin merkt de auteur op dat er zo goed als geen schriftelijke bronnen bestaan om het leven van Henri Raemaeker te reconstrueren.

Op zijn paspoort stond: tekenaaar-etser-schilder. Naar de academie ging hij nooit, Henri Raemaeker was een zuiver autodidact. Rond 1904 signeerde hij zijn werken met het pseudoniem Ramah. Begin van de twintigste eeuw maakte hij etsen voor de romans van Camille Lemonnier (1844-1913) die met zijn sterk naturalistische verhalen het regelmatig aan de stok kreeg met het gerecht. Lemonnier was getrouwd met de nicht van beeldhouwerschilder Constantin Lemonnier.

Zo kwam Ramah in contact met de Brusselse groep Le Sillon waar bekende artiesten als James Ensor, Edgard Tytgat en Rik Wouters soms hun opwachting maakten. Binnen de groep Le Sillon toonde Ramah in 1909 een reeks etsen met als thema de handenarbeid. Ook Emile Verhaeren wist zich aangesproken door de krachtige visualisatie van het buitenleven en de arbeider zo typerend getekend door Ramah.

En Ramah zocht en vond ook zijn inspiratie in de gedichten van Emile Verhaeren die begin vorige eeuw op het toppunt stond van zijn roem zowel nationaal als internationaal.

"Le villages illusoires"

Deze dichtbundel – vrij vertaald ‘de denkbeeldige dorpen’ - die nooit in zijn geheel naar het Nederlands werd vertaald kende een eerste uitgave in 1895. De bundel telde enkele etsen van George Minne (1866-1941) en verscheen op klein formaat. Hiervan ligt er een exemplaar op de expositie.

Het was de Oostenrijkse schrijver en vertaler Stefan Zweig (1881-1942) die via Camille Lemonnier in contact kwam met Emile Verhaeren. Zweig vertaalde Verhaeren en schreef een monografie over hem. In 1912 nam Zweig contact op met de uitgeverij Insel Verlag in Leipzig. Directeur Kippenberger zag wel wat in een mooie uitgave op groot formaat van Les villages illusoires".

Ramah werd illustrator, Henri Van Velde ontwierp het kaft en Georges Lemmen tekende het lettertype. Allemaal Belgen, een Duitse uitgeverij. Zo vreemd was dat niet: Verhaeren was bekend in Duitsland dankzij Zweig, die bijna drie jaar heeft gezwoegd om bijna alle werken van Verhaeren te vertalen aangevuld met een biografisch boek. Emile Verhaeren keurde slechts een tekening van Ramah af nl. de doodgraver.

Ramah graveerde korte tijd nadien de etsen. Enkele maanden later kwam het boek in 230 exemplaren op de markt.
Op de expositie zijn de vijftien tekeningen ( potlood en Chinese inkt ) en de vijftien gravures zowel los als opgenomen in het boek te zien. Daardoor krijgt deze tentoonstelling een wetenschappelijk-historisch karakter waardoor zij erg relevant is.

Een opgetogen Verhaeren

Verhaeren was beslist niet ontevreden met de vijftien etsen van Ramah. In 1913 schreef hij: “ Wat mij aanspreekt in het werk van Ramah is dat hij mijn gedichten omarmd heeft met kracht en juistheid. In "Les villages illusoires" heb ik er naar gestreefd om symbolen te creëren niet met helden, maar met simpele en gewone mensen.(…) De tussenkomst van de natuur gaf mij het middel om op het vlak van de menselijke verbeelding deze eenvoudige levens van de veermannen, de klokkenluiders, de schrijnwerkers, de molenaars en de smeden niet af te grenzen.

In de tekeningen van Ramah herken ik dezelfde werkwijze om alles uit te vergroten en te intensifiëren. Het is daarom dat ik ze zo graag heb: ze zijn episch, simpel en menselijk.” Laten we dit vertalen naar enkele verzen uit het gedicht "De veerman" in vertaling ui 1996 van Lateur.

© Sabam

“De veerman als een man van staal,
lijkbleek, rechtop, te midden van de storm,
één riem nog in de hand:
hij beukte op de golven, hield toch stand.”

En wat zien we op de ets: een gekromde en vechtende man tegen het woeste water van de Schelde, opgezwiept door grimmige windstoten. Het is een krachtige afbeelding. En de stijl die is haast niet te vatten: expressionisme, symbolisme maar vooral authenticiteit, de eigen stempel van de kunstenaar.

Deze kenmerken gelden voor alle etsen. Bij de vissers vervagen de mannen tot silhouetten opgenomen in de ijlheid van het water en de immense lucht. De mens moet en zal het afleggen tegen de natuur. Hier past geen hovaardigheid, hier past nederigheid.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging Ramah meer en meer schilderen. Om den brode. Portretten, stillevens, hij veranderde dikwijls van stijl en de kritiek wist er zich geen raad mee. Ramah verdween naar de achtergrond ondanks het feit dat hij goed bevriend was met de grote schilders van de Latemse school. Arm en berooid stierf hij op 10 maart 1947.

Na zijn dood hebben zijn erfgenamen niets ondernomen om zijn collectie onder de aandacht te houden en toch mag Ramah gerekend worden tot de grote etsers van de vorige eeuw.
Conservator Dr. Rik Hemmerijkckx vat het krachtig samen:”Van Ramah bestaan er zo vele goede werken dat ik wel drie maal dit museum nodig heb om het te tonen.”

Het Emile Verhaeren museum heeft alvast de eerste aanzet gegeven. Het zou geen slecht idee zijn mocht één van de grote, nationale musea een retrospectieve van en over Ramah organiseren waardoor bij voorbeeld de prachtige serie etsen "Ulenspiegel" naar het gelijknamige boek van Charles de Coster van onder het stof mogen. De laatste grote tentoonstelling over het werk van Ramah was in 1967 in het Brusselse Charlier-Museum.

Yves Jansen

Henri Ramah – Emile Verhaeren

wanneer tot 30 mei 2010
waar Provinciaal Museum EmileVerhaeren
www.emileverhaeren.be





Het weer 20u - 08/02/12

VRT weer

Het weer 20u - 08/02/12

134 km file