Corneille was op zijn 26e, samen met Karel Appel, een van de oprichters van Cobra (Kopenhagen, Brussel, Amsterdam), een groep expressionistische naoorlogse kunstenaars. Tot de Cobra-groep behoorden ook schrijvers en dichters, zoals Lucebert, Remco Campert en Hugo Claus.
Corneille werd op 3 juli 1922 geboren in Luik. Op zijn 17e verhuisde hij naar Haarlem. In 1940 trok hij naar Amsterdam waar hij studeerde aan de Kunstnijverheidsschool en cursussen volgde aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. In 1946 hield hij in Groningen zijn eerste expositie. In 1950 verhuisde hij van Amsterdam naar Parijs.
Zijn schilderijen zijn vrolijk en kleurrijk. De zon, vrouwen, bomen en vogels zijn terugkerende elementen. Naar eigen zeggen heeft hij nog drie perioden gehad in zijn carrière na Cobra. De eerste noemde hij de lyrische, abstracte periode. Daarna schilderde hij landschappen. In zijn derde periode focuste hij op het figuratieve. Veel van zijn werken zijn te zien in het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen.
Hij was een van de meest succesvolle schilders van de 20e eeuw, al was er ook kritiek op zijn commerciële activiteiten. Zo ontwierp hij cd-hoezen en bestaan er Corneille-balpennen en een Corneille-das.
Corneille leefde al een tijd teruggetrokken in het Maison du Cedres in het Franse departement Val d'Oise. Hij kampte ook al enkele jaren met psychologische problemen. Corneille bleef tot aan zijn dood werken.






