Wachtend op medische hulp op een amateuristisch vliegveldje vroeg hij zich af: wat doe ik hier, waarom ga ik niet naar huis om een gezin te stichten en iets nuttigs te ondernemen?
Daarin is hij aardig geslaagd. Het gezin leidde tot een fijn Bernard Dewulf-achtig boekje "Nooit meer slapen", over lief en leed van het ouderschap. Daarna kwam "Jemig de pemig" over het vernieuwende taalgebruik van Koot en Bie. Intussen schreef Sanders over taal in NRC Handelsblad, wat af en toe tot een aardige bundel leidde, en nu is er een nieuwe verbeterde versie van zijn studie over taalverhaspelingen, "Aarsrivalen, scheldkarbonades en terminale baden."
Neen, dit is niet het zoveelste boekje met flauwe taalfout-grappen, decrooïsmen of een rondje lachen met de gewone mens. Daarvoor is het, op elke bladzijde toch wel bijzonder geestige werkje, te wetenschappelijk gedocumenteerd en met interessante getallen verrijkt.
Het gaat ook niet zomaar over flaters of eenmalige versprekingen, maar over wat de auteur taal-infectie noemt, hoe kortom de werkelijkheid het correcte taalgebruik inhaalt. Soms wint namelijk de fout op de lange duur.
Taal leeft, gelukkig maar. Een "hangmat" heette oorspronkelijk correct een "hammak" en een "nachtmerrie" had een "nachtmare" moeten blijven. De verklaringen voor die fenomenen lopen nogal gelijk: gewone mensen passen onbekende woorden aan binnen bekende schema’s. Om die reden bestaat er veel taal-infectie bij medische termen. Iemand met een geslachtsziekte of met problemen aan de "test-eikels" krijgt "penis-celine".
Nieuwe moeders lijden wel eens onder een "post-anale depressie", tenzij de "wroetvrouw" kordaat ingrijpt. Ook in de juridische omgeving ontstaat taal-infectie, en bij mensen die gewichtiger willen lijken dan ze zijn.
Workalcoholics bij voorbeeld, die hopen op een "bolus" van hun baas, een zilveren doosje met hun genitaliën erin gegraveerd bij voorbeeld.
Het begint bij kinderen. De jongste taalgebruikers grijpen woorden en dwingen die in hun eigen prille taal-keurslijf. Mijn spruiten hadden het verrassend lang over "avlabo", "gastion" (waar de treinen stoppen), een "hagevis" en een "poplood". Misschien omdat hun vader hoopt op een liber amoricum ooit…
Jonge automobilisten willen een wagen met goede "ruimtewissers". En op reis met de nachttrein slaap je in een "courgette". Maar daarin mag je niet "fish-fucken" of "roken als een ketting". Veel meer en beter bij Ewoud Sanders, met de etymologische oorsprong erbij, bij Prometheus/NRC-boeken.
Lucas Vanclooster



Slachtoffers van internetfraude doen hun verhaal
