Het volle leven - Walter Vansteenbrugge Auteur: Walter Vansteenbrugge

vr 05/07/2013 - 13:43 Walter Vansteenbrugge De Vlaamse Balie is hem zeer schatplichtig. Piet Van Eeckhaut heeft zowat een halve eeuw de mens achter de misdaad op een uitzonderlijke wijze een plaats weten te geven in het strafproces.

In de naoorlogse periode, gekenmerkt door herstel en door de gedachte “nooit meer oorlog”, heeft Meester Van Eeckhaut de harde en ongenuanceerde tariefrechtspraak (op dat bepaald feit staat zoveel straf) bestreden en op de rechtbanken en hoven ingebeukt om rekening te houden met persoonlijke en omgevingsomstandigheden die het pad van de mens kunnen doorkruisen en zijn handelen kunnen beïnvloeden.

De rol van de advocaat kreeg door oud-Stafhouder Van Eeckhaut een nieuwe betekenis, meer zin en een krachtige invulling van zijn plaats in de rechtszaal: de advocaat als frontsoldaat, vooropgaand in de strijd tegen (dreigend) onrecht, het echte en eerste schild van de rechtzoekende.

Met een karakterkop, veel charisma en een indrukwekkende fysieke kracht, het volle leven evocerend, eloquent, grossierend in treffende metaforen en Griekse mythologieën om de mens in al zijn facetten te belichten. Piet Van Eeckhaut koos zijn zaken niet selectief uit, hij schuwde de zware klippen niet. Wel veel heroïek in de retoriek.

Een terecht voorbeeld dus voor velen.

Als je Van Eeckhaut aanhoorde was lectuur vanuit de Verlichting nooit veraf. Ik las Rousseau’s “Contrat Social” met de veelzeggende quote: “L’homme est né libre, et partout il est dans les fers”.

Maar nu, in de Humo van deze week, één en al verbijstering :

Op de frontpagina :

“ik ben voor de doodstraf”.

Wat verder :

“Iemand die een weerloze oude vrouw doodt in haar eigen huis, ik weet niet of we daar zoveel mededogen voor moeten hebben. Sommige mensen moeten verdelgd worden. (…) ik heb zo genoeg van die pampercultuur van tegenwoordig. Al die voorwaardelijke invrijheidstellingen enz. … (…)"

Piet Van Eeckhaut laat zich in de herfst van zijn unieke loopbaan verleiden door de Romeinse Furiën (de Furiae, in de Oud-Griekse cultuur waren ze gekend als Erinyen) die neerdaalden op aarde om de misdadigers te kwellen en te straffen. Uit hun ogen droop bloed.

Mocht afgelopen woensdag Koning Albert II niet onverwacht zijn goud-pluche troon hebben afgestaan, dan was het dictum van Koning Piet omnipresent geweest.

De doodstraf weer op de agenda, bespreekbaar, misschien haalbaar, zelfs voor sommigen wenselijk.

Van de doodstraf onthoud je dat je het meest verwerpelijke dat kan bestaan, namelijk iemand tegen diens wil van het leven beroven, met precies eenzelfde verwerpelijk gedrag te lijf gaat.

Een terugkeer dus naar de lijfstraffen, naar het schavot, waar het ritueel, dat de misdaad moet beslechten, die verwerpelijke misdaad zelfs overtreft in barbaarsheid door aan het volk te tonen hoe misdaden worden bestreden en het volk dus gewend geraakt aan een wreedheid waarvoor men het volk juist wil behoeden. Of zoals Beccaria reeds in de 19de eeuw opmerkte: “De doodslag die ons wordt voorgesteld als een afschuwelijke misdaad zien we in koelen bloede en met een gerust geweten begaan worden”.

Het promoten van die doodstraf en van verdelgingsproducten om mensen te vernietigen, door uitgerekend een behoeder van een blinde justitie en van een blinde volkswoede, is niet te verstaan en als zeker niet uit te leggen. Meer paradox is wellicht niet mogelijk.

Iemand die het volk leerde afstappen van het zwart-wit denken, gaat nu publiekelijk melden dat hij voor de doodstraf is.

Het volk dat overigens altijd pap gelust heeft van lijfstraffen.

De eerste maal dat de guillotine in Frankrijk werd gebruikt, aldus een bericht van Les Chroniques de Paris, klaagde het volk dat het niets meer zag en werd er “geef ons onze galg terug” gezongen.

Al evenmin te begrijpen is dat de eindelijk, doch moeizaam, ingezette trend om aan de hand van informatie uit de psychologie, de psychiatrie en de gedragswetenschappen te zorgen voor een gedegen zoektocht naar de oorzaken van het deviante gedrag teneinde persoons- en doelgericht te kunnen straffen met het uiteindelijke doel recidive en veel maatschappelijk leed te voorkomen, wordt afgedaan als “pampercultuur”.

De passages van Van Eeckhaut konden zo uit het boek van Roger De Berdt komen: “De gezichten van de Misdaad : 50 jaar gerechtspsychiater”.

“Het recht op leven” als onaantastbaar en fundamenteel recht aan diggelen gegooid. Het Europees Verdrag van de Rechten en Vrijheden van de Mens in flarden gereten.

Voor jonge juristen en jonge advocaten is er dus nog veel werk te doen.

Het komt er nu op aan om deze flagrante abusieve hersenspinsels met onderbouwde argumenten te bekampen, en zo in te zetten op beschermen van… het volle leven

(De auteur is advocaat.)


 


Reageer

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.