Harmel was een Franstalige christendemocraat en was in het begin van de jaren 50 minister van Onderwijs. In die periode barstte de Schoolstrijd in volle hevigheid los tussen de voorstanders van het katholieke en het rijksonderwijs met aan de ene kant liberalen en socialisten en aan de andere kant de christendemocraten.
Na een woelige periode werkte Harmel in '58 mee aan een compromis, het Schoolpact, dat een einde moest maken aan de tweestrijd over het onderwijs die het land al anderhalve eeuw in zijn greep hield.
Harmel werd daarna onder meer minister van Justitie. Als minister van Cultuur was hij in 1960 betrokken bij de hervorming van de openbare omroep NIR tot de BRT en de RTB. In de jaren '65 en '66 was hij korte tijd premier. In die periode vielen er twee doden bij protesten tegen de sluiting van de mijn van Zwartberg.
Nadien werd Harmel minister van Buitenlandse Zaken en daar zou hij een grote stempel drukken op de internationale politiek. Zo zette hij een nieuwe NAVO-doctrine uit en opende hij de deur voor de latere uitbreiding van de Europese Gemeenschap.
Op weg naar de Detente
Als minister van Buitenlandse Zaken werkte Harmel in '67 de naar hem genoemde NAVO-doctrine uit onder de titel "Future Tasks of the Alliance".
De Harmel-doctrine stond voor het behoud van een sterk defensief bondgenootschap, maar tegelijk voor toenadering tussen de landen van de NAVO en het communistische Warschaupact.
Die doctrine opende de weg naar de ontspanning van de jaren 70 en uiteindelijk naar de oost-westakkoorden van Helsinki en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).




