Boekbinder Jan Camps stelt op “De vragende partij” voor dat Diest een eigen biermuseum krijgt. Thea Hendrickx, diensthoofd van de Dienst Toerisme, begrijpt de bekommernis, maar ziet geen meerwaarde in een Diests biermuseum. “Het is waar dat Diest een belangrijk bierverleden heeft, maar het originele patrimonium is allemaal verdwenen. Ik vraag me dan af wat we precies zouden laten zien”, aldus Hendrickx.
Volgens Jan Camps zouden bezoekers niet alleen alle oude brouwerijmaterialen kunnen bekijken, maar tegelijkertijd ook kunnen proeven van streekbieren en andere streekproducten.
Biermuseum in de Schuur van het Begijnhof?
Hendrickx plaatst ook vraagtekens bij de locatie van een biermuseum. “Het lijkt er niet op dat Diest over een geschikte locatie beschikt, tenzij men dit zou koppelen aan huisbrouwerij Loterbol.”
Camps stelt voor dat dit biermuseum zijn bestemming zou krijgen in de huidige “Schuur” van het Begijnhof, dat in beheer is van het Cultureel Centrum. In deze zaal vinden geringe activiteiten plaats, zoals een winterse boekenbeurs, de 1 mei-viering en eetnamiddagen. Deze activiteiten zouden dan plaats kunnen vinden in een van de andere zalen, vlak bij “de Schuur”.
Maar Hendrickx is niet overtuigd: “Het Begijnhof was oorspronkelijk een boerderij. Het is niet erg gepast om daar dan nu een biermuseum van te maken”.
Voor Hendrickx is het duidelijk: een biermuseum kan er alleen maar komen, indien een geschikte locatie wordt gevonden. En dat impliceert een samenwerking met privépartners en zware investeringen.


